Heeft u ervaring met een Lotus oldtimer? Of heeft u er vroeger in gereden?
Wij horen graag uw mening om deze op de website te plaatsen.
Uw mening geven doet u door hier te klikken
LOTUS
Denkt men aan Lotus, dan denkt men aan de in 1983 gestorven Colin Chapman, de constructeur en oprichter van de firma. Als 19-jarige student aan een technische universiteit in London had Chapman een sportwagen voor trials gemaakt. Zijn vriendin, en latere vrouw, ~ei vond de wagen zo mooi dat ze haar vriend ertoe bracht er een paar meer van te maken. Chapman liet zich overtuigen en stichtte in 1952 de Lotus Engineering Company. Dat hij succes had, bewijzen de vele wereldkampioenschappen die zijn auto's bij elkaar reden.
LOTUS SEVEN
De eerste productiewagen van Chapman was de Lotus VI, maar met de VII kwam er pas schot in de zaak. Het recept was eenvoudig genoeg: een open wagentje zonder deuren of andere 'luxe'. Bij de motoren kon de klant kiezen uit Ford-, BMC- of Coventry Climax-producten. Om de hoge belasting te omzeilen, werden er vele Sevens als bouwpakket verkocht. De Seven wordt nu nog bij Caterham gebouwd. De Donkervoort lijkt er nog veel op, maar heeft technisch een grote ontwikkeling doorgemaakt. Het summum van de Sevens is de Twin Cam van '69 (13 stuks)
Aantal cilinders: 4
Cilinderinhoud in cm3: 948 tot 1598
Vermogen in pk bij toeren/minuut: 66/4600 tot 126/6500
Topsnelheid in km/uur: 155-175
Carrosserie/Chassis: aluminium op huizenchassis
Uitvoering: roodster
Productiejaren: Series 1:1957-60, Series 11:196068, Series 111:1968-70 en Series IV:1970-73
Productie-aantallen: 242, 1.350, 350 en ca.900
LOTUS ELITE
Voor vele liefhebbers is de Elite de mooiste Engelse sportwagen van na de oorlog. Anderen waren er minder blij mee vooral toen ze na enige jaren de zelfdragende kunststof carrosserie zagen scheuren. De wagen werd meestal met een veel te sterke Coventry Climax geleverd en deze raket won dan ook op vele circuits. De Super 95 uit 1962 kreeg bekrachtigde schijfremmen mee. In de jaren zeventig pakt Lotus de Elite-aanduiding weer op.
Aantal cilinders: 4
Cilinderinhoud in cm3: 1216
Vermogen in pk bij toeren/minuut: 76/6100 tot 105/7250
Topsnelheid in km/uur: 180-210
Carrosserie/Chassis: kunststof/zelfdragend
Uitvoering: coupé
Productiejaren: 1958-1963
Productie-aantallen: 988
LOTUS ELAN
Ook de Elan had een kunststof carrosserie die ditmaal op een centrale buis gemonteerd was. De wagen werd veel als bouwpakket verkocht, maar kon ook rijdend besteld worden. Na de S1 volgden de S2, S3 en S4, deze laatste is aan zijn uitgebouwde wielkasten herkenbaar en was er ook in Sprint-uitvoering. Het onderstel van de Elan is uiterst roestgevoelig, maar als los onderdeel te bestellen. De coupé-versie is er vanaf de S3 van 1965. Die serie heeft een hogere eindoverbrenging.
Aantal cilinders: 4
Cilinderinhoud in cm3: 1558
Vermogen in pk bij toeren/minuut: 106/5500 -126/6500
Topsnelheid in km/uur: 185-210
Carrosserie/Chassis: kunststof op een centrale buis
Uitvoering: coupé en cabriolet
Productiejaren: 1962-1973
Productie-aantallen: ca. 9.150
LOTUS ELAN +2, +2S EN 130
Voor de vader van een gezin die toch graag een Lotus wilde rijden, bestond de Elan +2. Chapman had de wielbasis van de Elan verlengd en zodoende ruimte verkregen voor een kleine achterbank. Natuurlijk had ook dit model een kunststof carrosserie maar bovendien een prachtig houten dashboard. Dit model was niet als bouwpakket verkrijgbaar, dus Lotus zorgde voor de goede afwerking. De S-versie heeft meer luxe en mistlampen. Na '70 is er de sterkere motor en standaard two-tune spuitwerk. Een 130 heeft een vijfbak.
Aantal cilinders: 4
Cilinderinhoud in cm3: 1558
Vermogen in pk bij toeren/minuut: 118/6250- 126/6500
Topsnelheid in km/uur: 185-210
Carrosserie/Chassis: kunststof op een centrale buis
Uitvoering: coupé
Productie jaren: 1969-1914
Productie-aantallen: ca. 3.300
LOTUS EUROPA
Nadat Ron Hickman de Elite en Elan getekend had, ontstond op zijn tekentafel de Europa. Met deze superlage wagen wilde Chapman bewijzen dat er ook voor weinig geld een snelle auto te bouwen was. Om alles goedkoop te houden, bouwde hij een Renault R16-motor voor de achteras, maar toen deze vierpitter toch wel erg weinig vermogen leverde, werd hij vervangen door een Ford-motor met twee bovenliggende nokkenassen. De typering Twin Cam duidt zulks aan. Die laatstgenoemde kosten nu het dubbele. De 1565 cc-motor was alleen voor de VS.
Aantal cilinders: 4
Cilinderinhoud in cm3: 1470, 1558 en 1565
Vermogen in pk bij toeren/minuut: 78/6000126/6500
Topsnelheid in km/uur: 175-200
Carrosserie/Chassis: kunststof op een centrale buis
Uitvoering: coupé
Productiejaren: 1966-1975
Productie-aantallen: 9.230
LOTUS ELITE S1
'Het lijkt wel een vertrapte Gremlin' riep een Amerikaan toen hij de Elite S1 voor het eerst zag en inderdaad had de stationcar-vormige Lotus iets van de AMC. En van de Reliant Scimitar die in Engeland zo goed verkocht werd maar in Amerika vrijwel onbekend was. Wee stond de wagen op een stalen-balkchassis en weer waren de wielen alle onafhankelijk geveerd. Nieuw was de motor die nu een kol met vier kleppen per cilinder had en die afkomstig was uit de Jensen-Healey. De afwerking en matige betrouwbaarheid speelden de auto parten.
Aantal cilinders: 4
Cilinderinhoud in cm3: 1973
Vermogen in pk bij toeren/minuut: 162/6200
Topsnelheid in km/uur: 200
Carrosserie/Chassis: kunststof/centrale buis
Uitvoering: coupé
Productiejaren: 1974-1980
Productie-aantallen: 2.398
LOTUS ECLAT S1
Amerika was steeds de grootste afnemer van de Lotus sportwagens en toen de Amerikanen de Elite 51 niet wilden vanwege zijn 'gekke' achterkant, besloten de Engelsen de carrosserie iets te veranderen waardoor de Eclat (in Amerika: Sprint) ontstond. Weer was het een 2+2 hoewel de ruimte voor de achterpassagiers kleiner was dan in de Elite. De Eclat, die technisch identiek was aan de Elite, werd in oktober 1975 op de London Motor Show geïntroduceerd. Optioneel was er een viertraps automaat. Wat hierboven over de Elite is gezegd, geldt ook hier.
Aantal cilinders: 4
Cilinderinhoud in cm3: 1973
Vermogen in pk bij toeren/minuut: 162/6200
Topsnelheid in km/uur: 200
Carrosserie/Chassis: kunststof/centrale buis
Uitvoering: coupé
Productie jaren: 1975-1980
Productie-aantallen: 1.299
LOTUS ESPRIT S1
Wie de film 'The Spy Who Loved Me' gezien heeft, kent de Esprit die James Bond daarin bereed. Ditmaal had Colin Chapman de hulp van de Italiaanse kunstenaar Giugiaro ingeroepen toen het om het ontwerpen van een carrosserie ging en het resultaat loog er niet om. De wagen was lager en breder dan zijn voorgangers. De mechanische onderdelen van de Elite/Eclat vond men in de Esprit terug, maar ditmaal stond de motor voor de achteras midden in de wagen en bevonden zich de achterste schijfremmen (van een Citroën SM) tegen het differentieel. Nu nog goedkoop.
Aantal cilinders: 4
Cilinderinhoud in cm3: 1973
Vermogen in pk bij toeren/minuut: 162/6200
Topsnelheid in km/uur: 200
Carrosserie/Chassis: kunststof/centrale buis
Uitvoering: coupé
Productiejaren: 1976-1978
Productie-aantallen: 994

