RILEY
De firma Riley deelde het noodlot met zo vele andere Engelse autofabrikanten: men begon al in 1898 met de bouw van personenwagens en had succes daar men goede kwaliteit leverde, maar uiteindelijk zou ook dit merk verdwijnen. Ook op de circuits konden de wagens goed meekomen. De Rileys waren op vele punten hun tijd vooruit maar op andere erg conservatief, wat men in de verkoop merkte. In 1938 kon de Nuffield Group (Morris, MG, enz.) Riley opkopen en vanaf dat moment verloor de firma steeds meer van zijn zelfstandigheid. In 1969 werd de laatste Riley gebouwd.
RILEY 1,5 & 2,5 RM
Deze Rileys behoorden tot de weinige personenwagens die in 1945 met een werkelijk nieuwe, naoorlogse carrosserie op de Earls Court tentoonstelling stonden. Ook technisch was men up to date, want de wagen had onafhankelijk geveerde voorwielen, torsie-staafvering en hydraulische remmen. De motor was nog oud maar met zijn twee hoogliggende nokkenassen nog heel goed en lang te gebruiken. De RMA en RME hebben de kleine motor en de RMB, RMC, RMD en RMF de 2.5-liter. De C en D zijn cabriolets.
Aantal cilinders: 4
Cilinderinhoud in cm3: 1496 en 2443
Vermogen in pk bij toeren/minuut: 56/4500, 90/4000 en 101/4500
Topsnelheid in km/uur: 120-160
Carrosserie/Chassis: afzonderlijk chassis
Uitvoering: sedan, cabriolet en roadster
Productie jaren: 1946-1953
Productie-aantallen: 22.909
RILEY PATHFINDER
Direct na de oorlog was de trend van de ponton-carrosserie uit Amerika overgekomen en aangezien ook Riley niet achter wilde blijven, kreeg de 2,5 Etre RM een modernere carrosserie. Die koets vertoonde veel overeenkomsten met de in '52 voorgestelde Wolseley 4/44. De Pathfinder, zoals de nieuweling genoemd werd, stond in de herfst van 1953 op de London Motor Show. Technisch had men niet veel verbeterd. Dat was ook niet echt nodig geweest, want de voorganger was mechanisch een prima wagen. Op de latere typen was een overdrive leverbaar.
Aantal cilinders: 4
Cilinderinhoud in cm3: 2443
Vermogen in pk bij toeren/minuut: 103/4500
Topsnelheid in km/uur: 155
Carrosserie/Chassis: afzonderlijk chassis
Uitvoering: sedan
Productie jaren: 1953-1957
Productie-aantallen: 5.152
RILEY 2.6
In 1957 kwam Riley met zijn 2.6 litre die de Pathfinder van 1953 opvolgde in de luxe klasse. De wagen had een nieuwe motor die bij BMC ontwikkeld en gebouwd was. Een automatische bak kon besteld worden, maar ook een handgeschakelde met of zonder overdrive. Veel leer en notehout en een twee kleuren spuitwerk maakte de wagen voor velen aantrekkelijk. De 2.6 heeft vrijwel dezelfde koets als de Wolseley 6/90, maar de 2.6 bood onder andere een toerenteller, bredere banden en gescheiden voorstoelen.
Aantal cilinders: 6
Cilinderinhoud in cm3: 2639
Vermogen in pk bij toeren/minuut: 102/4500
Topsnelheid in km/uur: 150
Carrosserie/Chassis: afzonderlijk chassis
Uitvoering: sedan
Productiejaren: 1957-1959
Productie-aantallen: 2.000
RILEY 1.5
Wie geen grote auto kan of wil betalen en toch alle luxe van een Engelse oude sedan wil, moet een Riley One-Point-Five kopen. Deze kleine vierdeurs wagen — hij was ook als Wolseley te koop — bood veel luxe. Het interieur was een combinatie van leer en notehout en de motor was een vierpitter die we al in de MG tegen gekomen waren. In Engeland is deze wagen zeker nog te vinden; helaas zit dan wel het stuur aan de verkeerde kant. Bij historische races in Engeland zien we deze Rileys geregeld ingezet.
Aantal cilinders: 4
Cilinderinhoud in cm3: 1489
Vermogen in pk bij toeren/minuut: 69/5400
Topsnelheid in km/uur: 145
Carrosserie/Chassis: zelfdragend
Uitvoering: sedan
Productiejaren: 1957-1965
Productie-aantallen: 39.568
RILEY ELF
Tot de luxe uitvoeringen van de BMC Mini behoren de Riley Elf en zijn evenbeeld, de Wolseley Hornet. De Elf was opgebouwd met Mini-delen, maar had een luxueuze carrosserie met meer chroom en, wat belangrijker was, meer kofferruimte. Deze had men verkregen door de carrosserie 22 cm naar achteren te verlengen. Vanzelfsprekend kreeg de Riley Elf ook alle technische verbeteringen mee die ook de originele Mini onderging. De geestelijke vader van de Mini, Issigonis, vond de Elf een verschrikking.
Aantal cilinders: 4
Cilinderinhoud in cm3: 848 en 998
Vermogen in pk bij toeren/minuut: 35/5500 en 39/5250
Topsnelheid in km/uur: 115-130
Carrosserie/Chassis: zelfdragend
Uitvoering: coach
Productiejaren: 1961-1969
Productie-aantallen: 30.912
RILEY 4/72
De 2.6 was in 1959 uit de productie genomen en de Farina 4/68 (4 cilinders en 68 pk) was eigenlijk geen echte opvolger. Daarvoor was de vlagen te klein gemotoriseerd. Die 4/68 kreeg in 1961 een iets grotere broer in de vorm van de 4/72. Die had een betere motor met twee SU-carburateurs en een iets grotere en ruimere, door Pininfarina ontworpen carrosserie. Het is een wagen die de sportiviteit van de MG-versie combineert met de luxe van de Wolseley-variant. Vanaf oktober '62 werd de 4/72 standaard in twotone afgeleverd. De meest interessante Earinaváriant.
Aantal cilinders: 4
Cilinderinhoud in cm3: 1622
Vermogen in pk bij toeren/minuut: 70/5000
Topsnelheid in km/uur: 140
Carrosserie/Chassis: zelfdragend
Uitvoering: sedan
Productiejaren: 1961-1969
Productie-aantallen: 14.151
RILEY KESTREL & 1300
Zoals alle merken uit het British Leyland-concern kwam Riley ook met een 1100/1300 model. De wagen was natuurlijk technisch identiek aan de andere familieleden, maar had wel een eigen neusje. En een eigen naair. want de Riley-klant kocht geen gewone 1100/1300, maar een Kestrel, een naam die aan de roemruchte vooroorlogse tijd herinnerde toen Riley nog in de racerij actief was en de Kestrels het met succes opnamen tegen de Jaguars en MG's. De 1300's uit het laatste bouwjaar hadden de 70 pk Cooper-motor onder de kap. De naam Kestrel was toen geschrapt.
Aantal cilinders: 4
Cilinderinhoud in cm3: 1098 en 1275
Vermogen in pk bij toeren/minuut: 55/5500 en 60/5250-70/6000
Topsnelheid in km/uur: 140 en 150-160
Carrosserie/Chassis: zelfdragend
Uitvoering: sedan
Productiejaren: 1965-1967 en 1967-1968
Productie-aantallen: 21.529

